'Een voorkant voor de achterkant': interview met Ivar van der Zwan

De Academie van Bouwkunst in Amsterdam heeft vreemde kostgangers. Ivar van der Zwan is er een van. Met drie Gouden Loekies op zak nam hij afscheid van de reclamewereld om architectuur te studeren. Hij volgde de Voorbereidende cursus Architectuur en stroomde door naar de masteropleiding. In december studeert hij af met een ontwerp dat de Amsterdamse stegenwereld zichtbaar moet maken voor het grote publiek.

Op zijn werkplek kijkt Ivar van der Zwan (44) deze zomer uit op een blinde muur in een steeg. In een slordige verzameling graffiti staat op de muur op ooghoogte het woord 'HOER' geschreven. Naast de steeg, in de voormalige drukkersruimte van het Algemeen Handelsbladgebouw aan de Nieuwezijds Voorburgwal waar onlangs het kunstencentrum The Times is geopend, heeft hij tijdelijk een studio ingericht om aan zijn afstudeerproject te werken. Een ontwerp voor het steegje Keizerrijk, niet meer dan een smalle gang die door het bouwblok naar de Spuistraat kruipt.

Zijn afstudeerproject maakt deel uit van de tentoonstelling Van Perskamer tot Kunstpaleis, over de roerige geschiedenis van het Handelsbladgebouw dat in de jaren tachtig bevolkt werd door punks en krakers en uitzicht bood op enkele beruchte straatrellen. De begaamde galerie AMOK/Aorta was er gevestigd. Op initiatief van het Amsterdam Museum en met steun van het Amsterdams Fonds voor de Kunsten is er nu opnieuw een kunstencentrum geopend. 

Onzichtbare stad
De smalle steeg Keizerrijk wordt door Bordewijk beschreven in zijn gelijknamige novelle uit 1890, toen er nog 'vier pakhuisjes en twaalf huisjes' stonden. Nette mensen kwamen er niet. Bij de ingang van de stegen en gangen stonden agenten om de vreemdeling voor eigen bestwil tegen te houden. De stegen werden bewoond, maar maakten door hun ontoegankelijke karakter geen deel uit van de openbare ruimte. Kinderen uit meergegoede gezinnen beleefden er hun avonturen die Bordewijk heeft beschreven. Het boekje ligt op Van der Zwans bureau. Hij heeft zich grondig verdiept in de Amsterdamse stegenwereld. 59 stegen heeft hij in kaart gebracht. Deze bieden duizenden vierkante meters binnenruimte die nauwelijks wordt benut. Vaak trof hij er chaotische situaties aan.

Leegstand in de Amsterdamse binnenstad


Ook de bovenlagen van het winkelgebied in de historische binnenstad behoren tot de verborgen kant van Amsterdam. In de Kalverstraat is een deur die toegang geeft tot een zee van binnenruimte. Met luchtfoto's toont Van der Zwan de leegstand in de binnenstad. Dure vierkante meters grond met een groot potentieel. Aan een wand in zijn studio in de voormalige drukkersruimte van het Handelsbladgebouw hangt een impressie van de steeg Keizerrijk, in de oude en de huidige toestand. De steeg is normaliter afgesloten, maar voor de duur van de expositie is de steeg geopend voor wandelaars en bezoekers. 'Soms schrikken mensen als ze mij hier zien, ze verwachten niet dat hier mensen aan het werk zijn. Dat is illustratief. Door van de achterkant van de stad een voorkant te maken, met winkels en appartementen, wordt dit gebied aantrekkelijker. Met een smartphone kunnen de verborgen adressen in Amsterdam eenvoudig worden opgespoord.' 

Toegepaste creativiteit
Een voorkant voor de achterkant. Nieuwe invulling voor binnengebieden in de binnenstad van Amsterdam is de titel van Van der Zwans afstudeerproject. 'Het is echt een opgave van nu. In mijn benadering van de opgave zitten duidelijk raakvlakken met mijn vorige baan als creative director. Architectuur en reclame zijn allebei voorbeelden van toegepaste creativiteit. Je verdiept je in het product en de functies, je bent de schakel tussen het creatieve werk en de opdrachtgever en je bent constant bezig hoofd- van bijzaken te scheiden. Je zorgt ervoor dat belangrijke dingen op de voorgrond komen en negatieve dingen op een natuurlijke manier naar de achtergrond verdwijnen.' 

Een voorkant voor de achterkant (collage).

Na de Willem de Kooning Academie (advertising en grafische vormgeving) werkte hij 15 jaar in het reclamevak. En met succes. 'Maar reclame geeft best een stempel,' zegt hij. 'Weinig mensen hebben affiniteit met reclame. Er hangen zo veel clichés omheen. Maar de benadering van beide vakgebieden is hetzelfde. Deze studie is mijn experiment om te laten zien dat je met dezelfde benadering ook interessante architectonische ruimte kunt maken.' 

'In het schakeljaar (de Voorbereidende cursus Architectuur - red.) zit je allemaal in hetzelfde schuitje. Je bent een jaar bezig om te toetsen of je bent opgewassen tegen een studie aan de Academie. Ik heb een zware baan gehad, dus ik zag niet op tegen de werkdruk. Na het schakeljaar heb ik stage gelopen bij NL Architects, Studio Herman Hertzberger, Marlies Rohmer, Wingender Hovenier Architecten, Studio Jeroen van Mechelen en Bastiaan Jongerius. Daar hebben ze zich als mentoren over me ontfermd. Maar het bleek toch lastig om weer een juniorpositie in te nemen, dat ging niet natuurlijk. Nu werk ik zelfstandig aan verschillende projecten. Ik heb een reclamebureau verbouwd en een bungalow van een oud-collega. De mensen die mij kennen uit mijn vorige baan geven mij nu het vertrouwen om deze opdrachten te doen. Dat is een zeer prettige bijkomstigheid.' 

Delen