Tristen Vreugdenhil

Tristen Vreugdenhil

Opleiding
Architectuur
Lichting
2019

LEVEN OP HET ERF

Decennia lang bewerkte mijn opa de akkers van zijn boerderij. Net als de generaties voor hem droeg hij deze na zijn pensioen over aan zijn zoon, en ging hij samen met oma in een huisje naast de boerderij wonen. Vanaf de zijlijn draaide hij nog jarenlang mee in  het boerenbedrijf. Rond de eeuwwisseling kwam aan deze vader-zoon traditie een eind. Door de goede logistieke ligging moest de boerderij plaatsmaken voor industrie en glastuinbouw. Ook opa en oma moesten vertrekken. Nog voor de verhuizing overleed oma, waardoor opa in zijn eentje naar een seniorenwoning in het dorp vertrok. In datzelfde jaar zag hij hoe de plek waar hij zolang onderdeel van was ge¬weest verdween. De boomgaard die zijn vader plantte werd gekapt, de oeroude beuk en kastanjes werden zonder pardon omgehaald, de schuren ontmanteld en het huis platgelegd. Hij verloor niet alleen zijn geboortegrond, maar ook zijn levensstijl, zijn sociale netwerk en de plek waar hij zich zolang mee kon identificeren. Van een fitte man werd hij plots jaren ouder en was zijn enige wens nog om naar oma te gaan. 

Zijn nieuwe bovenwoning was geen slechte woning, maar paste simpelweg niet bij het leven dat hij had geleefd. En daarin is hij niet de enige: de vergrijzing, die de komende jaren nog sterk zal doorzetten, gaat in veel gemeenten gepaard met problemen omtrent de ouderenhuisvesting. In dorpskernen op het platteland waar van oudsher een cultuur van coöperaties, verenigingsleven en hulp voor elkaar heerst, mist vaak nog een leefomgeving voor ouderen die aansluit op hun levensstijl. Een omgeving waar zij op een waardige manier zorgdragen voor de woonomgeving en elkaar, met de benodigde voorzieningen binnen handbereik.

Deze leefomgeving mist ook in de polder van Anna Paulowna, een agrarische gemeenschap in de vorm van een klein lintdorp in de kop van Noord-Holland. Een vergeten plek in het lint, tussen dorpscentrum en polderland, leent zich bij uitstek voor ouderenhuisvesting. Op basis van ingrediënten ontleend aan de oude familieboerderij, is een nieuwe vorm van collectieve ouderenhuisvesting ontstaan. Op alle schaalniveaus speelt het leven op en het gebruik van de boerderij een belangrijke rol.

De basis van het ontwerp is een lappendeken van erven en woonschuren, die een relatie aangaan met de omgeving. De schuren zijn zo geplaatst dat ze verschillende erven definiëren, soms raken ze elkaar of lopen ze in elkaar over, waardoor er een landschap ontstaat met een rijke mix aan tussenruimtes en erven met ieder een eigen identiteit en collectief programma. Het programma speelt zowel in op de behoefte van de omgeving als van de bewoners zelf, met kleine comfortabele woningen en enkele luxe collectieve functies. Deze functies zijn zo gepositioneerd dat het de mensen uitnodigt om in beweging te komen een actief leven te leiden en rond te schooieren over de erven om zo interactie en samenzijn te stimuleren, de zorgvraag te verminderen en een klimaat te creëren waar ouderen van het platteland oud kunnen worden op een plek waar zij zich wél thuis voelen.

Afstudeercommissie: Machiel Spaan (mentor), Ira Koers en Milad Pallesh. Toegevoegde leden t.b.v. het examen: Marc a Campo en Floris Hund.

Terug naar lijst
Delen